|
Het orgel werd gebouwd door Abraham Meere in 1809, als eenklaviers
instrument met aangehangen pedaal. In 1901 voegde Proper een
onderpositief toe, terwijl N.A. van Dam in 1928 de uitbreding met een
zelfstandig pneumatisch pedaal realiseerde. In 1940 bouwde B. Pels
& Zn. een nieuw orgel met electropneumatische kegelladen achter het
oude front. Een deel van het aanwezige pijpwerk werd opnieuw gebruikt.
De firma Gebr. Reil maakte in 1994 een nieuw orgel in Meere-stijl,
waarbij de dispositie van het Hoofdwerk grotendeels werd hersteld naar
de situati van 1809. Een Bovenwerk in Meere-trant werd toegevoegd,
waarbij gebruik kon worden gemaakt van Meere-pijpwerk uit 1803,
afkomstig van het voormalige Meere-orgel in de Grote kerk te Vianen.
Ook het zelfstandig pedaal bevat nog enig pijpwerk van Meere, afkomstig
uit Vianen.
Het Meere-orgel op de orgelsite
| De dispositie: |
|
Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaef 4
Fluijt 4
Quint 3
Octaef 2
Waldfluijt 2
Mixtúúr B/D 3-5 st.
Cornet D 4 st.
Sexquialter 2 st.
Trompet B/D 8 |
Bovenwerk: (C-f3)
Roerfluijt B/D 8
Quintadeen 8
Fluijttravers D 8
Viola di Gamba 8
Prestant 4
Fluijt 4
Gemshoorn 2
Sifflet 1 1/2
Flagolet 1
Carljon 3 st. (D)
Vox humana 8
Tremulant |
Pedaal: (C-d')
Bourdon 16'
Octaef 8'
Octaef 4'
Bazuin 16'
Trompet 8'
|
manuaalkoppel, twee pedaalkoppels
tremulant gehele werk
toonhoogte a = 429 Hz
stemming: Neidhardt 1
windvoorziening: drie spaanbalgen (1994) |
|